Werk en beloning in wereldcijfers
Deze diavoorstelling loopt langs vijf indicatoren over werk: werkloosheid, arbeidsparticipatie, het aandeel werknemers in loondienst, de verhouding tussen vrouwen en mannen in de beroepsbevolking en het aandeel werkenden in de industrie. Elk beeld toont dezelfde onderdelen: een ranglijst in staafvorm, de waarde en de positie van het uitgelichte land, en het verloop over de jaren. Alle cijfers komen uit de World Development Indicators van de Wereldbank, gebaseerd op modelramingen van de ILO.
| Unemployment rate | 67 | Nederland: 3,874% werkloosheid, 67e plaats van 187 landen |
| Labour force participation rate | 43 | Arbeidsparticipatie in Nederland: 67,248%, 43e plaats |
| Wage and salaried workers | 50 | 83,212% van de werkenden in Nederland is werknemer in loondienst, 50e plaats |
| Female-to-male participation ratio | 43 | Verhouding vrouwen/mannen in Nederland: 87,228%, 43e plaats |
| Employment in industry | 152 | 13,756% van de werkenden in Nederland werkt in de industrie, 152e plaats |
Lees per beeld eerst de waarde en daarna de positie; bij werkloosheid staat de laagste waarde bovenaan, bij de vier andere indicatoren juist de hoogste. Vergelijk waarden en posities niet tussen de beelden onderling, want de eenheden, de definities en het aantal opgenomen landen verschillen per indicator.
Kernpunten
Nederland zit in dit thema in de bovenste helft van de wereldranglijst, maar op geen enkele indicator in de uiterste top. De werkloosheid komt uit op 3,874% en daarmee op de 67e plaats van 187 landen, onder de wereldwaarde van 4,791%. De arbeidsparticipatie (67,248%, 43e) en de verhouding tussen de participatie van vrouwen en mannen (87,228%, 43e) liggen duidelijk boven de wereldwaarden van 60,979% respectievelijk 69,620%. Daartegenover staat het aandeel werkenden in de industrie: 13,756%, de 152e plaats, ruim onder de wereldwaarde van 23,661% — het beeld van een sterk op diensten gerichte arbeidsmarkt.
Bron: Wereldbank, World Development Indicators (modelramingen van de ILO) — SL.UEM.TOTL.ZS, SL.TLF.CACT.ZS, SL.TLF.CACT.FM.ZS, SL.IND.EMPL.ZS.
De meest recente waarde van de kernindicator
De eerste indicator is de werkloosheid. Voor Nederland staat voor 2025 een waarde van 3,874%, goed voor de 67e plaats van 187 landen. De wereldwaarde bedraagt 4,791%, zodat Nederland er ongeveer 0,9 procentpunt onder ligt. Belangrijk voor het lezen van de tabel: bij deze indicator geldt de laagste waarde als de hoogste positie, dus plaats 1 is het land met de laagste geraamde werkloosheid. Dat een land op plaats 67 staat terwijl het onder de wereldwaarde zit, laat zien hoe dicht de landen in het middenveld bij elkaar liggen.
Bron: Wereldbank, "Unemployment, total (% of total labor force) (modeled ILO estimate)", SL.UEM.TOTL.ZS — https://data.worldbank.org/indicator/SL.UEM.TOTL.ZS
Bovenaan en onderaan
Bovenaan de lijst staan Qatar (0,13%), Cambodja (0,263%), Niger (0,394%) en Thailand (0,781%); ook Burundi (0,922%) en Tsjaad (1,057%) horen bij de laagste tien. Het is een gemengd gezelschap van olie-exporteurs en lage-inkomenslanden, wat erop wijst dat een lage geregistreerde werkloosheid niet zonder meer als teken van een goed werkende arbeidsmarkt te lezen is; de mate waarin informeel werk in de statistiek wordt gevangen speelt mee. Onderaan staan Eswatini (34,202%), Zuid-Afrika (32,391%), Djibouti (26,015%) en Botswana (24,477%) — een concentratie in zuidelijk Afrika. Nederland ligt met 3,874% aan de gunstige kant van het midden, maar het verschil met koploper Qatar bedraagt ruim 3,7 procentpunt.
Bron: Wereldbank, SL.UEM.TOTL.ZS (modelraming ILO).
Hoe het de afgelopen tien jaar veranderde
Alle vijf indicatoren hebben voor Nederland een reeks vanaf 2014. De werkloosheid daalde van 7,419% in 2014 naar 3,379% in 2019, liep in 2021 op tot 4,209% en kwam daarna weer lager uit; sinds 2022 (3,526%) is er een lichte oploop via 3,700% in 2024 naar 3,874% in 2025. Over de hele periode is dat een daling van circa 3,5 procentpunt. De arbeidsparticipatie steeg van 66,158% naar 67,248%, met 67,721% in 2023 als hoogste punt. De verhouding vrouwen/mannen liep jaar op jaar op, van 83,409% naar 87,228% (+3,8 procentpunt), en veranderde daarmee het meest gestaag. Twee reeksen gingen omlaag: het aandeel werknemers in loondienst van 85,150% naar 83,212%, met een zichtbare knik tussen 2019 (85,380%) en 2020 (84,108%), en het aandeel werkenden in de industrie van 16,039% naar 13,756%, met de grootste stap tussen 2020 (15,677%) en 2021 (14,099%).
Bron: Wereldbank, World Development Indicators (modelramingen van de ILO), reeksen 2014–2025 voor SL.UEM.TOTL.ZS, SL.TLF.CACT.ZS, SL.EMP.WORK.ZS, SL.TLF.CACT.FM.ZS en SL.IND.EMPL.ZS.
Vergeleken met vergelijkbare landen
Tegenover de buurlanden en de grote economieën valt op dat Nederland niet overal dezelfde kant kiest. De werkloosheid van 3,874% ligt net boven die van Duitsland (3,711%) en onder die van het VK (4,746%), de VS (4,198%) en China (4,615%); Frankrijk zit met 7,542% ruim 3,6 procentpunt hoger, Japan (2,451%) en Zuid-Korea (2,683%) juist lager. Bij de arbeidsparticipatie staat Nederland met 67,248% het hoogst van deze zeven vergelijkingslanden: China 64,551%, Zuid-Korea 64,351%, Japan 63,448%, de VS 61,704%, het VK 61,369%, Duitsland 60,571% en Frankrijk 55,346% (bijna 12 procentpunt lager). De verhouding vrouwen/mannen van 87,228% ligt vlak onder het VK (87,403%) en boven Frankrijk (86,448%), China (84,677%), de VS (84,021%), Duitsland (83,701%), Zuid-Korea (78,862%) en Japan (78,213%). Bij het aandeel werknemers in loondienst zit Nederland met 83,212% juist onder Duitsland (91,851%), de VS (93,926%), Japan (90,949%), het VK (86,851%) en Frankrijk (86,715%), maar boven Zuid-Korea (77,330%) en China (62,332%). Het industrie-aandeel van 13,756% is het laagste van de acht: het VK volgt met 15,914%, Duitsland komt op 25,974% en China op 31,792%.
Bron: Wereldbank, World Development Indicators (modelramingen van de ILO), landenvergelijking 2025.
Hoe u deze cijfers leest
Alle vijf de reeksen zijn modelramingen van de ILO, gepubliceerd via de Wereldbank. Ze zijn gemaakt om landen onderling vergelijkbaar te maken en kunnen daarom afwijken van de cijfers die het CBS of Eurostat voor Nederland publiceren. De werkloosheid telt mensen die beschikbaar zijn en actief zoeken; wie het zoeken heeft gestaakt of onvrijwillig weinig uren werkt, valt er buiten. De participatiegraad heeft de bevolking van 15 jaar en ouder als noemer, waardoor vergrijzing het cijfer beïnvloedt. De verhouding vrouwen/mannen is een verhoudingsgetal en niet de participatiegraad van vrouwen zelf; verschillen in arbeidsduur, contractvorm of beloning zitten er niet in. Het aandeel werknemers in loondienst zegt iets over de vorm van het werk — in loondienst tegenover zelfstandig of meewerkend — en niets over de hoogte van lonen; loonbedragen ontbreken in deze dataset. Let er ook op dat de rangordes niet dezelfde richting op wijzen: bij werkloosheid staat de laagste waarde bovenaan, bij de vier andere indicatoren de hoogste. De reeksen worden jaarlijks bijgewerkt en het laatste jaar is een raming, zodat verschillen van enkele tienden van een procentpunt beter niet als vaststaand worden gelezen.
Bron: Wereldbank, World Development Indicators; indicatordefinities SL.UEM.TOTL.ZS, SL.TLF.CACT.ZS, SL.EMP.WORK.ZS, SL.TLF.CACT.FM.ZS en SL.IND.EMPL.ZS (modelramingen van de ILO).
Werkloosheidspercentage op de kaart en in grafieken
Bovenaan staan Qatar (0,13%), Cambodja (0,263%) en Niger (0,394%), onderaan Eswatini (34,202%) en Zuid-Afrika (32,391%). Nederland zit met 3,874% in de gunstige helft van het middenveld.
De staven laten zien hoe dicht het middenveld op elkaar zit, terwijl de uitersten ruim 34 procentpunt uit elkaar liggen. De lijn gaat van 7,419% in 2014 naar 3,379% in 2019 en daarna licht omhoog tot 3,874%.
Landen vergelijken
Bruto arbeidsparticipatie
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Qatar | 87.01 |
| 2 | Madagaskar | 85.5 |
| 3 | Salomonseilanden | 84.3 |
| 4 | Tanzania | 83.72 |
| 5 | Nigeria | 82.52 |
| 41 | Zimbabwe | 67.72 |
| 42 | Kenia | 67.39 |
| 43 | Nederland | 67.25 |
| 44 | Ivoorkust | 67.09 |
| 45 | Mali | 67.04 |
| 185 | Jemen | 33.1 |
| 186 | Djibouti | 31.74 |
| 187 | Sao Tomé en Principe | 23.34 |
Aan kop staan Qatar (87,013%) en Madagaskar (85,495%), onderaan Sao Tomé en Principe (23,342%) en Djibouti (31,744%). Nederland staat hoger dan Duitsland (60,571%) en Frankrijk (55,346%).
De lijn beweegt vlak: van 66,158% in 2014 via een top van 67,721% in 2023 naar 67,248%. Op de kaart lopen hoge en lage waarden dwars door inkomensniveaus heen.
Aandeel werknemers in loondienst
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Qatar | 99.17 |
| 2 | Bahrein | 97.56 |
| 3 | Koeweit | 96.84 |
| 4 | Noorwegen | 95.13 |
| 5 | Oman | 95.04 |
| 48 | Australië | 83.9 |
| 49 | Noord-Macedonië | 83.41 |
| 50 | Nederland | 83.21 |
| 51 | Zwitserland | 83.14 |
| 52 | Bahama’s | 82.95 |
| 185 | Sierra Leone | 11.19 |
| 186 | Niger | 10.52 |
| 187 | Tsjaad | 8.44 |
Qatar (99,168%) en Bahrein (97,559%) staan bovenaan, Tsjaad (8,439%) en Niger (10,522%) onderaan. Nederland ligt onder Duitsland (91,851%) en de VS (93,926%), maar boven China (62,332%).
De lijn zakt van 85,150% in 2014 naar 83,212%, met een zichtbare stap tussen 2019 (85,380%) en 2020 (84,108%). De spreiding tussen landen is met ruim 90 procentpunt de grootste van alle vijf beelden.
Arbeidsparticipatie vrouwen t.o.v. mannen
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Burundi | 103.28 |
| 2 | Moldavië | 100.12 |
| 3 | Benin | 96.91 |
| 4 | Togo | 95.93 |
| 5 | Mozambique | 95.74 |
| 41 | Estland | 87.35 |
| 42 | Canada | 87.33 |
| 43 | Nederland | 87.23 |
| 44 | Zwitserland | 87.17 |
| 45 | Laos | 87.16 |
| 185 | Irak | 15.07 |
| 186 | Jemen | 7.62 |
| 187 | Afghanistan | 7.29 |
Burundi (103,283%) en Moldavië (100,123%) staan bovenaan, Afghanistan (7,291%) en Jemen (7,616%) onderaan. Nederland zit vlak onder het VK (87,403%) en boven Duitsland (83,701%).
De lijn stijgt elk jaar, van 83,409% in 2014 naar 87,228% — een toename van bijna vier procentpunt. Op de kaart lopen de verschillen tussen wereldregio's hier het sterkst uiteen.
Werkgelegenheid in de industrie
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Oman | 39.44 |
| 2 | Qatar | 38.02 |
| 3 | Bahrein | 34.91 |
| 4 | Tsjechië | 34.89 |
| 5 | Vietnam | 34.83 |
| 150 | Singapore | 14 |
| 151 | Soedan | 13.98 |
| 152 | Nederland | 13.76 |
| 153 | Centraal-Afrikaanse Republiek | 13.39 |
| 154 | Eritrea | 12.74 |
| 185 | Oost-Timor | 3.8 |
| 186 | Burundi | 3.1 |
| 187 | Zuid-Soedan | 1.67 |
Oman (39,435%) en Qatar (38,020%) staan bovenaan, Zuid-Soedan (1,672%) en Burundi (3,103%) onderaan. Nederland staat lager dan het VK (15,914%) en Duitsland (25,974%).
De lijn daalt van 16,039% in 2014 naar 13,756%, met de grootste stap tussen 2020 (15,677%) en 2021 (14,099%). De kaart laat zien dat hoge industrie-aandelen zowel in Midden-Europa als in het Midden-Oosten voorkomen.