Een arbeidsmarkt die geleidelijk kleiner wordt
Bij discussies over werk in Japan gaat de aandacht vaak naar werkloosheid, lange werkdagen of productiviteit. Een andere invalshoek begint bij een eenvoudiger vraag: hoeveel mensen maken eigenlijk deel uit van de beroepsbevolking?
De cijfers uit het Japanse systeem voor sociale en demografische statistiek laten een duidelijke richting zien. De beroepsbevolking bedroeg in het boekjaar 2005 65.399.685 mensen. In het boekjaar 2010 waren dat 63.699.101 mensen, in het boekjaar 2015 61.523.327 mensen en in het boekjaar 2020 59.949.767 mensen. Op elk van deze meetmomenten lag het aantal lager dan op het voorgaande meetmoment.
| Meetperiode | Beroepsbevolking |
| Boekjaar 2005 | 65.399.685 mensen |
| Boekjaar 2010 | 63.699.101 mensen |
| Boekjaar 2015 | 61.523.327 mensen |
| Boekjaar 2020 | 59.949.767 mensen |
Deze reeks vertelt niet hoeveel iedere werknemer verdient en evenmin hoe prettig of zwaar het werk is. Zij maakt wel zichtbaar dat werkgevers, werknemers en huishoudens binnen een kleiner wordend arbeidsaanbod opereren.
Wat de reeks wel en niet zegt
Een dalende beroepsbevolking kan de positie van werkenden versterken, omdat werkgevers uit minder beschikbare mensen kunnen kiezen. De cijferreeks zelf bevat echter geen gegevens over lonen, en laat dus niet zien of en waar beloningen als gevolg hiervan veranderen. Wat de reeks meet, is uitsluitend het aantal mensen dat tot de beroepsbevolking wordt gerekend, op vier meetmomenten met een tussenruimte van vijf jaar.
Dat is een beperkte, maar bruikbare basis. Het aantal daalt bij elke opeenvolgende meting, waarbij het verschil tussen het boekjaar 2005 en het boekjaar 2020 het grootst is. De reeks vertelt niet welke organisaties hierop reageren door functies anders in te richten, werkzaamheden te herverdelen of personeel langer vast te houden. Dergelijke reacties vallen buiten wat deze statistiek registreert.
Daarom is het nuttig om de reeks te lezen als een vertrekpunt en niet als een verklaring. Wanneer het aantal beschikbare mensen afneemt, roept dat vragen op over werktijd, zekerheid, ontwikkelingsmogelijkheden en de verdeling van verantwoordelijkheden. Voor de beantwoording van die vragen zijn andere gegevens nodig dan een landelijk totaal.
Het verschil tussen mensen tellen en arbeid begrijpen
De beroepsbevolking is geen telling van alle inwoners en ook geen directe maat voor het aantal gewerkte uren. De cijfers laten evenmin zien welke beroepen groeien of krimpen, wie voltijds of deeltijds werkt en welke huishoudens vooral afhankelijk zijn van arbeidsinkomen.
Juist dat onderscheid is belangrijk voor internationale lezers. Een kleiner aantal mensen op de arbeidsmarkt hoeft niet te betekenen dat in iedere sector hetzelfde tekort ontstaat. De gevolgen kunnen verschillen naar beroep, regio, contractvorm en persoonlijke omstandigheden. De nationale reeks is daarom vooral een aanleiding voor verdere vragen.
Het bronsysteem bevat naast dit totaal ook gedetailleerdere tabellen. Zo bestaan er tabellen over de werksituatie van hoofdbewoners en huishoudleden in combinatie met het inkomenstype en het inkomen van het huishouden, en over de niet-beroepsbevolking met werkwens, uitgesplitst naar leeftijdsklasse, het al dan niet zoeken naar werk en de reden om niet te zoeken. Wie de arbeidsmarkt wil begrijpen, komt dus verder met deze uitsplitsingen dan met één landelijk totaal.
De werkvloer als belangrijkste aanpassingspunt
De vier meetmomenten maken vooral duidelijk dat personeelsbeleid niet kan worden gebaseerd op de vanzelfsprekende beschikbaarheid van een steeds even grote groep werkenden.
Dat verschuift de aandacht naar baanontwerp. Welke taken vragen werkelijk om menselijke inzet? Welke kennis verdwijnt wanneer een werknemer vertrekt? Kan een functie worden uitgevoerd zonder structurele overbelasting? En zijn de arbeidsvoorwaarden aantrekkelijk genoeg om mensen niet alleen binnen te halen, maar ook te behouden?
Voor werknemers is dezelfde ontwikkeling reden om verder te kijken dan algemene verhalen over personeelstekorten. Een kleiner arbeidsaanbod op nationaal niveau zegt nog niet hoeveel onderhandelingsruimte iemand in een concrete functie heeft. Die ruimte wordt pas zichtbaar in de combinatie van vervangbaarheid, vaardigheden, mobiliteit en arbeidsomstandigheden.
Een bruikbare les buiten Japan
De Japanse cijfers bieden geen kant-en-klaar model voor andere landen. Ze laten wel zien waarom het debat over een krimpende beroepsbevolking niet beperkt moet blijven tot de vraag hoe ontbrekende arbeidskrachten kunnen worden aangevuld.
Minstens zo belangrijk is de vraag hoe bestaand werk opnieuw kan worden ingericht. Wanneer minder mensen beschikbaar zijn, wordt zichtbaar welke organisaties afhankelijk zijn van moeilijke roosters of functies die alleen vol te houden zijn zolang er voortdurend nieuwe kandidaten verschijnen.
De reeks tot het boekjaar 2020 vormt daarmee geen oordeel over afzonderlijke werkgevers of werknemers. Zij geeft één ding nauwkeurig weer: het aantal mensen dat beschikbaar is voor werk, en de richting waarin dat aantal zich tussen 2005 en 2020 bewoog. Alles wat daarna komt, vraagt om aanvullende gegevens en om een blik op de banen zelf.
出典
- 社会・人口統計体系(総務省): https://www.e-stat.go.jp/dbview?sid=0000010106